Klein zeegras bij Griend breidt uit

Twee jaar geleden troffen we voor het eerst klein zeegras (Zostera noltii) aan op het wad bij Griend. Nu lijkt het erop dat het zeegras zich langzaam uitbreidt op het wad pal ten oosten van het eiland.

Op verschillende plekken zijn kleine ‘patches’ (of plakken) van dit zeegras te vinden. De meeste plekken zijn behoorlijk klein (nog geen vierkante meter) en de planten zijn behoorlijk klein van stuk. Gelukkig is klein zeegras, in tegenstelling tot groot zeegras, meerjarig en overleeft de winter op zijn wortelstokken. Dit betekent dat het zeegras zich volgend jaar weer makkelijk vegetatief uit kan breiden. Interessant om te volgen hoe deze patches zich de komende jaren verder zullen ontwikkelen.

img_5339

Patch klein zeegras bij Griend. De verdikte bladeren (lichtgroen) zijn de bloeistengels

Nieuwe locatie klein zeegras Oosterschelde

Vorige week is er in de Oosterschelde op een nieuwe locatie, bij de Oesterdam, klein zeegras aangetroffen (zie onderstaande kaart). De vondst van dit klein zeegras, in een luwe hoek van de Oosterschelde, is vrij bijzonder omdat de veiligheidsbuffer Oesterdam een vrij nieuwe zandplaat is (2014). Deze plaat helpt de zandhonger in de Oosterschelde tegen te gaan en heeft dus een dubbele functie: waterveiligheid en klimaatbuffer. Positief nieuws dus dat hier nu ook een natuurfunctie aan kan worden toegevoegd.

De gevonden zeegraspollen zijn vooralsnog behoorlijk klein, maar hebben wel de potentie om zich snel uit te breiden d.m.v. horizontale, klonale groei. Ook is klein zeegras meerjarig, het overleeft het winter grotendeels ondergronds op zijn wortelstokken en kan zich in het voorjaar, wanneer het water opwarmt, snel uitbreiden.

Op de website van Natuurmonumenten is meer te lezen over deze bijzondere vondst.

zeegrasoesterdam

Verspreidingskaart klein zeegras (Zostera noltii) in Nationaal Park de Oosterschelde (bron: Rijkswaterstaat). In rood staat de locatie van de veiligheidsbuffer Oesterdam aangegeven. Hier is in juni 2017 klein zeegras aangetroffen.

Zeegras opgekomen in Grevelingen

Begin deze maand werd snorkelend een eerste blik geworpen in het Grevelingemeer nadat daar eind april zeegras was gezaaid. Tot onze aangename verrassing bleken er al her en der kiemplantjes op te zijn gekomen op de uitzaailocaties.

Dit gold zowel voor de locaties waar in september is uitgezaaid met de ‘aardappelzakkenmethode’, als voor de locaties waarbij de zaden eind april in de bodem zijn gespoten. Bij de aardappelzakkenmethode zijn zaadstengels – mét zaden – aan boeitjes in de Grevelingen gehangen, waarna de zaden er op natuurlijke wijze uit konden vallen. Bij deze methode kunnen de zaden ook wegspoelen of worden opgegeten door langslopende krabben. Bij de ‘injectiemethode’ zijn de zaden, gemengd met wadbodem, op gecontroleerde wijze op 2 cm in diepte in de bodem gespoten d.m.v. kitspuiten op luchtdruk. Deze nieuwe methode lijkt dus veelbelovend en heeft als bijkomend voordeel dat de zaden niet opgegeten kunnen worden door krabben.

Bij deze eerste indrukken was er nog geen verschil te zien tussen de beide methodes. Hopelijk is de overleving van kiemplanten hoog en kunnen we in juli/augustus het eerste  zeegrasveldje in de Grevelingen sinds begin jaren ‘2000 verwelkomen.

Zaailing van groot zeegras in het Grevelingenmeer.

Groot zeegras (Zostera marina) zaailing in het Grevelingenmeer, juni 2017 (c) the Fieldwork Company

 

 

Zeegrasnieuwsbrief mei 2016

Deze week is de nieuwste zeegrasnieuwsbrief van Natuurmonumenten uitgekomen. Vanaf nu is deze hier digitaal te lezen.

In deze nieuwsbrief komen de volgende punten aan bod:

  • Huidige stand van zaken en resultaten 2016
  • Waarom zeegrasvelden ook alweer belangrijk zijn
  • Overwintering van zeegraszaden
  • Medicijn tegen waterschimmels
  • Inzet vrijwilligers
  • Vervolgplannen

Screen Shot 2017-05-24 at 14.52.32

Zaaien onderwater

Afgelopen zomer is een proef gestart om zeegras te herintroduceren in het Grevelingenmeer in het deltagebied. Tot eind jaren ’90, begin jaren 2000 stond er nog groot zeegras in het Grevelingenmeer. In de jaren 1970 stonden er nog honderden hectares zeegras in dit heldere zoutwatermeer, maar in de jaren ’90 ging dit snel achteruit. Dit is waarschijnlijk het gevolg van een verzouting van het meer na een initiële verzoeting. Begin jaren 2000 verdwenen de laatste zeegrasplanten helemaal uit de Grevelingen.

IMG_3896

Aardappelzakken vol zeegras drijven aan boeitjes in een afgelegen hoek van het Grevelingenmeer

De Grevelingen lijkt zeer geschikt voor zeegras om te groeien: zeer helder water en voldoende licht. Omdat de Grevelingen behoorlijk geïsoleerd is kan zeegras hier niet zomaar van nature terugkomen. Daarom wordt de natuur een handje geholpen. Met zaden van het Duitse Waddeneiland Sylt, die ook in de Waddenzee worden uitgezaaid, wordt er momenteel gewerkt aan de herintroductie van groot zeegras (Zostera marina). In de nazomer zijn er om die reden al boeien geplaatst met aardappelzakken vol zeegrasscheuten. De zaden in deze scheuten zijn in de daaropvolgende maanden afgerijpt en door de mazen in de zakken naar beneden gevallen, op dezelfde manier als in natuurlijke planten.

Omdat het zaadverlies in de winter behoorlijk hoog is als gevolg van wegspoeling, wegrotting, begraving door bodemdieren en vraat door krabben is er voor gekozen om de andere helft van de zaden te bewaren. Deze vertroelende zaden zijn de afgelopen weken ingezaaid volgens de nieuwste innovatieve methodes van the Fieldwork Company.

IMG_4601

De ‘onderwaterkitspuitmethode’ ontwikkeld door the Fieldwork Company

In plaats van lopend op sneeuwschoenen gecontroleerd zaden in het wad te spuiten moest er voor onderwaterzaaien naar andere methodieken worden gegrepen. Liggend op een drijvend frame met kijkkoepels – het ziet er een beetje uit als een varende massagetafel – wordt het zeegras high-tech ingezaaid. Verlengde kitspuiten op druk brengen de zaden netjes 2 cm diep in de bodem. Door het gebruik van deze methode is én de bodemverstoring minimaal én zijn de zaden beschermd tegen vraat door krabben. De komende maanden zal blijken of het zeegraszaad succesvol is opgekomen en of het uit kan groeien tot volwassen planten.

De rijke bodemfauna van het Grevelingenmeer, waaronder de bijzondere zeenaaldjes en zeldzaam geworden platte oesters, ‘staan’ in ieder geval klaar om het zeegras te bevolken.

IMG_3893

Zeenaald in wier vlakbij de uitzaailocatie

Zaaien op sneeuwschoenen

Wie wel eens over het wad bij het Noord-Groningse Uithuizen heeft gestruind weet dat je daar soms wel tot je enkels wegzakt in het slib. Dit maakt zowel het monitoren als het uitzaaien van zeegraszaad een uitdagende onderneming omdat je bij het lopen daarmee het hele wad ‘omploegd’. Daar hebben onderzoekers in Mauritanië, waar het wad eenzelfde wegzakdiepte heeft, iets op gevonden: Sneeuwschoenen krijgen hier een nieuwe toepassing en voorkomen dat er diepe sporen in het wad worden getrokken. Dezelfde methode passen we nu ook toe op Uithuizen waarbij we voorzichtig over het wad glijdend aan weerszijden zeegraszaad in het wad spuiten. Met deze nieuwe methode wordt er in totaal bijna 3000m2 zeegras gezaaid. Het doel van dit experiment is zowel het testen van de methode (in de winter bewaren en met kitspuiten zaaien) en het onderzoeken van het belang van zowel zaaidichtheid als plotgrootte (schaal). Over een maand verwachten we de eerste zaailingen aan het oppervlak.

Eerste zeegras gezaaid

De eerste zeegraszaden zijn vandaag gezaaid op het wad op zo’n 2km afstand van het Waddeneiland Griend. In totaal wordt hier zo’ ~800 m2 wad experimenteel ingezaaid met meer dan 200.000 groot zeegras zaden. Deze zaaiactie is onderdeel van een grote proef die de afgelopen weken is ingezet op het wad bij Griend. Meer info over deze proef is Hier te vinden. Het zeegras wordt volgens de laatste inzichten gezaaid, met behulp van een oplossing van zaden en wadbodem die op druk met kitspuiten in de bodem wordt ‘geschoten’. In het lab heeft deze methode hoopvolle resultaten opgeleverd. Eind mei worden de eerste zaailingen verwacht en weten we hoe succesvol deze methode is geweest.

De ‘kitspuit’-methode voor het zaaien van zeegraszaden

Zeegraszaad van goede kwaliteit

Het zeegraszaad dat in augustus op Sylt is verzameld en vervolgens de hele winter onder gecontroleerde omstandigheden in de koeling is bewaard blijkt van goede kwaliteit. Kiemproeven laten zien dat meer dan 40% van de zaden kiemt en uitgroeit tot kiemplantjes in een labopstelling. Dit is dus veelbelovend voor de zaden die deze maand in het veld worden uitgezaaid. Op deze website blijf je de komende weken op de hoogte van de uitzaaiwerkzaamheden bij Griend, Uithuizen en in de Grevelingen.

Kiemplantjes die zijn ontsproten uit de zaden die in augustus op Sylt verzameld zijn

Zeegrasschimmel te behandelen

 

Radboud Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, Altenburg & Wymenga Ecologisch Onderzoek, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en the Fieldwork Company

Nederlandse onderzoekers ontwikkelden een methode om zaad van zeegras te behandelen tegen waterschimmels. Uit eerder onderzoek bleek dat waterschimmels verwant aan de aardappelziekte zeegraszaad kunnen infecteren en daarmee de zaadkieming belemmeren. Deze infectie, en het daarmee gepaard gaande zaadverlies, heeft grote gevolgen voor wereldwijd zeegrasherstel. Deze week publiceert een consortium van Nederlandse onderzoekers o.l.v. de Radboud Universiteit en de Rijksuniversiteit Groningen in het wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports een methode om waterschimmelinfectie tegen te gaan en daarmee zeegrasherstelsucces te verhogen.

fig1

Effecten van zeegrasschimmelinfectie (Phytophthora gemini) op de kiemlobkleur van groot zeegras. a) niet-geïnfecteerd zaad kiemt groen, b) geïnfecteerd zaad kiemt bruin.

Zeegrasherstel

Zeegrasvelden behoren tot de snelst verdwijnende ecosystemen ter wereld, met een schrikbarende jaarlijkse achteruitgang van zo’n zeven procent. Om deze neerwaartse trend tegen te gaan, vinden overal ter wereld zeegrasherstelprojecten plaats. Zeegrasvelden verhogen de lokale biodiversiteit en dragen bij aan kustbescherming door het afremmen van golven. Ook in de Nederlandse Waddenzee en in het Grevelingenmeer wordt onderzocht of zeegrasherstel mogelijk is. Herstelprojecten maken gebruik van verschillende technieken: het planten van scheuten of zaailingen, het verplaatsen van zoden of het uitzaaien van zaadmateriaal. Deze laatste methode wordt steeds populairder, omdat zaaien grootschalig herstel mogelijk maakt tegen lage kosten én omdat de genetische diversiteit van de herstelde populatie op deze manier hoog blijft. De aanwezigheid van een waterschimmelinfectie (Phytophthora) in de zaden van groot zeegras (Zostera marina), en mogelijk ook andere zeegrassoorten, belemmerde tot op heden succesvol herstel van zeegrasvelden met behulp van zaden. Daarom gaf Natuurmonumenten, huidige trekker van het zeegrasherstelproject in de Waddenzee, opdracht tot het een ontwikkelen van een methode om zaadinfectie te verminderen. Het onderzoek is onderdeel van het zeegrasherstelproject dat wordt gefinancierd door het Waddenfonds.

Koper blijkt de sleutel

“Het is gelukt om een succesvolle ontsmettingsmethode te vinden” vertelt hoofdonderzoeker Laura Govers (RU/RUG). “We hebben twee methodes uitgeprobeerd: behandeling met lage zoutgehaltes en behandeling met kopersulfaat, een middel dat ook in de aquariumhandel wordt gebruikt tegen visschimmels. Kopersulfaat bleek het meest effectief en verminderde infectie met ruim 86%”. Koperverbindingen worden al sinds de 19e eeuw in de landbouw gebruikt als fungiciden. Hoewel overdosering van deze fungiciden schadelijk kan zijn voor het milieu, wordt kopersulfaat in lage, gerichte doseringen zelfs toegestaan in de Europese biologische landbouw. De concentraties kopersulfaat die gebruikt worden om zeegraszaad te behandelen vallen met 0.2 ppm hier ruim onder – zo’n 25000 keer minder. Ter vergelijking, leidingwater uit koperen leidingen bevat soms meer koper. Deze methode wordt inmiddels al toegepast om zeegraszaden die in de winter onder geconditioneerde omstandigheden worden bewaard te behandelen. Voordat deze zaden in het voorjaar worden uitgezaaid worden ze afgespoeld zodat er geen extra koper in het milieu terecht komt. Hiermee kan naar schatting een zaadwinst van 40% behaald worden. Dit geeft goede hoop voor zeegrasherstelprojecten over de hele wereld.

Publicaties:

Govers LL, Van der Zee EM, Meffert JP, Van Rijswick PCJ, Man in ‘t Veld WA, Heusinkveld JHT, Van der Heide T (2017) Copper treatment during storage reduces Phytophthora and Halophytophthora infection of Zostera marina seeds used for restoration. Scientific Reports 7:43172

Govers LL, Man in ‘t Veld W, Meffert JP, Bouma TJ, Van Rijswick PCJ, Heusinkveld JHT, Orth RJ, Van Katwijk MM, Van der Heide T (2016) Marine Phytophthora species can hamper conservation and restoration of vegetated coastal ecosystems. Proceedings of the Royal Society B 283(1837)

Nieuw rapport koperproef

Vorige winter (2015-2016) hebben we een proef gedaan waarbij we verschillende methodes hebben uitgeprobeerd om Phytophthora-besmetting van zeegraszaden te verminderen. Hiervoor hebben we zaden bewaard bij verschillende zoutgehaltes, koperconcentraties of een combinatie van beide. Kopersulfaat is een middel dat al sinds de 19e eeuw in de landbouw wordt gebruikt tegen Phytophthora soorten. Hoewel deze stof veel milieuschade kan veroorzaken in hoge concentraties, wordt het gebruik van sommige koperverbindingen in lage concentraties toegestaan in de biologische landbouw. De concentraties die wij in op experimentele wijze hebben getest zijn erg laag en worden in vergelijkbare concentraties gebruikt in de aquariumhandel tegen visschimmels. Bovendien hebben we in onze proef gebruik gemaakt van een gesloten systeem en geen koper in de natuur gebracht.

Het resultaat was gelukkig erg positief: een lage koperconcentratie van 0.2 ppm (in sommig Gronings leidingwater zit al 0.1 ppm) bracht de Phytophthora-besmetting met 86% terug zonder dat hierdoor de kiemkracht van de zaden negatief werd beïnvloed. Zoetwaterbehandeling was ook erg effectief tegen Phytophthora-besmetting: geen enkel zaad in zoetwater was na de bewaarperiode nog besmet. Effectief dus, maar helaas was de kiemkracht van de zaden ook sterk achteruit gegaan, dus deze methode is niet geschikt.

De succesvolle behandeling (0.2 ppm kopersulfaat) wordt inmiddels al gebruikt om alle zaden die in de winter in het lab worden bewaard te behandelen tegen Phytophthora-infectie. Voordat deze zaden in het voorjaar zullen worden uitgezaaid worden ze uitvoerig gespoeld zodat er geen extra koper in de Waddenzee terecht zal komen.

Het rapport van deze proef is eind 2016 gepubliceerd door adviesbureau A&W en is hier na te lezen. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Natuurmonumenten en is uitgevoerd door A&W, Radboud Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, NVWA, en the Fieldwork Company.

2015-12-01 11.39.52

Kopersulfaat/zoutproef waarbij zaadjes zijn bewaard in kleine zakjes, gehangen in kolommen. Elke kolom werd apart van water en lucht voorzien en afvalwater werd verwijderd.