Zeegrasherstel Australië

De afgelopen weken waren we op bezoek bij Australische collega’s van Deakin University in Melbourne. Deze groep is een van de weinige groepen ter wereld die, naast onze eigen groep, aan droogvallend zeegrasherstel werkt. Door kennisuitwisseling hopen we beide initiatieven te ondersteunen en succesvoller te maken. Groepsleider Dr. Craig Sherman was afgelopen jaar al twee keer bij ons op bezoek, en zijn promovendus Yi Mei Tan hielp afgelopen maart zelfs de hele maand mee met het zaaien van groot zeegraszaad in de Waddenzee. En nu was het onze beurt om meer inzicht te krijgen in het werk van onze Australische collega’s.

 

Groot zeegras

Onze Nederlandse doelsoort is al jaren droogvallend groot zeegras (Zostera marina): vanwege de historische waarde én het gemak waarmee we zaden van deze soort kunnen verzamelen. Inmiddels hebben we ook een eerste succesvolle poging gedaan om meerjarig klein zeegras (Zostera noltii) te zaaien op het wad bij Griend. In Australië komen twee nauwverwante zeegrassoorten voor die geen Nederlandse namen hebben: Zostera muelleri en Zostera nigricaulis. Deze soorten behoren tot dezelfde familie als groot en klein zeegras. Zostera muelleri lijkt sterk op klein zeegras, maar dan met langere en bredere bladeren en robuustere wortelstokken. Deze soort groeit in Australië en Nieuw-Zeeland op droogvallende wadplaten, maar ook hoog in het sublitoraal op plekken waar het water helder genoeg is. Zostera nigricaulis heeft een vergelijkbare bloeiwijze als groot zeegras, maar kan naast zaden ook nieuwe wortelstokfragmenten produceren aan de bloeistengels. Nigricaulis komt alleen voor op plaatsen die permanent onder water staan. Beide soorten kunnen ook samen voorkomen.

 

Slibprobleem

De baai waar onze collega’s op focussen voor zeegrasherstel is Western Port Bay, een grote baai ten oosten van Melbourne. Tot in de jaren 1980 groeide hier bijna 250 km2 zeegras: zowel Zostera muelleri, Zostera nigricaulis als een derde soort met mooie ronde blaadjes – Halophila australis. Momenteel is hiervan bijna een derde verdwenen in de afgelopen 40 jaar. Voornamelijk als gevolg van ontbossing stroomopwaarts van de baai. Hierdoor nam de erosie toe en voerden riviertjes en beken veel geërodeerd sediment aan naar de baai. Dit fijne slib bedekte het zeegras en verslechterde het lichtklimaat voor ondergedoken zeegras. Inmiddels is deze erosie teruggedraaid en de sedimentcondities verbeterd – al kun je nog een dikke rode, ijzerrijke laag slib in de baai zien liggen. Omdat er echter zoveel zeegras is verdwenen heeft de lokale waterbeheerder Melbourne Waters om natuurlijk herstel (‘recovery’) van zeegras een handje te helpen met actief herstel (‘restoration’).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In Australië leven ook jonge roggen (Banjo rog) tussen het zeegras

Zaad of scheuten?

De droogvallende soort Zostera muelleri is de eerste soort waarvoor op dit moment de mogelijkheden voor herstel worden verkend. Eerste stappen hiervoor zijn het opstellen van een kansenkaart voor zeegrasherstel en het bepalen van geschikte methodes voor zeegrasherstel. Dit laatste hangt sterk af van de biologie van de doelsoort. Zaden hebben het voordeel dat ze zorgen voor voldoende genetische diversiteit in een te herstellen populatie, maar ook dat je zeegrasherstel potentieel kunt opschalen. Alternatief is het gebruik van scheuten van volwassen planten. Dit kan met sediment en al (zoden) of door het planten van uitgespoelde wortelstokken. Omdat droogvallend groot zeegras vooral in zaadproductie investeert en omdat het verplaatsen van volwassen planten een grote aanslag zou zijn op de donorpopulatie, kiezen wij voor zeegrasherstel met zaad. Voor klein zeegrasherstel zou zowel zaad als scheut-gebaseerd herstel kunnen werken. Onze Australische collega’s proberen momenteel ook beide methodes uit: Zostera muelleri produceert wel wat zaad, maar niet zoveel als groot zeegras en er groeit nog voldoende zeegras in de baai om als donormateriaal te gebruiken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zeegras planten op het Australische wad

 

Methodologische vergelijking

Al sinds 2014 zijn we bezig om een geschikte methode te vinden om groot zeegras uit te zaaien in de Nederlandse Waddenzee. Verschillende varianten van de ‘zaadstengelzakken’ (of BuDS – Buoy Deployed Seeding in het Engels) passeerden de revue. Sinds 2017 zijn we bezig om onze ‘kitspuitmethode’ te optimaliseren. Hiermee halen we inmiddels goede resultaten, maar het kost dus tijd om een geschikte methode te ontwikkelen. Ook andere zeegrasgroepen hebben niet stilgestaan en meerdere methodes zijn parallel aan elkaar ontwikkeld. Allemaal gericht op lokale condities en soorten. In Australië start het onderzoek naar mogelijkheden voor zeegrasherstel dan ook met een methodologische vergelijking. Vijf methodes worden op drie locaties uitgeprobeerd om een geschikte methode te vinden. Op al deze locaties staat momenteel nog natuurlijk zeegras, waaruit blijkt dat de locatie in ieder geval geschikt zijn voor zeegrasgroei.

 

Spijkers, jute en rekjes

De meeste zeegrasherstelprojecten zijn kind aan huis bij de bouwmarkt, zo ook in Australië. Waar wij vooral grootafnemer zijn van kitspuiten en toebehoren, wordt ‘Down Under’ gewerkt met spijkers, jute zakjes en rekjes. In totaal worden in Western Port Bay vijf methodes vergeleken. Vier daarvan zijn gebaseerd op scheuten. Één methode maakt gebruikt van zaden. Hierbij worden kleine jute zakjes gevuld met lokaal sediment en zaden, aan een touw geknoopt en begraven. Voor de scheuten wordt een deel schoongespoeld en uitgezocht en achtereenvolgens 1) aan spijkers (als anker) en 2) metalen rekjes geknoopt of 3) door jute schijven geweven. Al deze scheuten worden vervolgens geplant waarbij de verschillende verankeringstechnieken worden begraven. De laatste methode die uit de kast wordt getrokken is het steken van kleine kernen uit een nabije natuurlijke populatie, die vervolgens – met sediment en al – in een biologisch afbreekbare pot wordt geplant. Dit is overigens allemaal op experimentele schaal in proefvlakken van 3 x 3 m. Dit experiment is inmiddels op bijna alle proeflocaties geplant en nu is het afwachten hoe de planten en zaden zich de komende maanden, in de warme Australische zomer, gaan ontwikkelen. Hierbij zullen ook een aantal factoren, die ook in de Waddenzee sturend zijn, gevolgd worden: algengroei, sedimentdynamiek en bioturbatie. Zo kunnen we op hele verschillende locaties toch generieke bottlenecks voor droogvallend zeegrasherstel vergelijken en methodologisch van elkaar leren. Als de Australiërs deze zomer wel genoeg zeegraszaad kunnen verzamelen zullen ze volgend jaar ook de door ons ontwikkelde ‘kitspuitmethode’ uitproberen (dat gebeurt nu alleen nog maar op labschaal).

Ben je benieuwd hoe deze Australische proeven zich ontwikkelen? Volg onze collega’s op social media via @Zosteration op Facebook en Twitter 

Nieuwe lading zeegraszaad opgehaald

Dit zomerse weekend was het weer zover: een paar busjes met vrijwilligers, studenten en medewerkers van the Fieldwork Company en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) reisden af naar Duitsland om een nieuwe lading zeegraszaad op te halen.

De eerste lading groot zeegras is geplukt

Sinds vorig jaar bezoeken we hiervoor een uitgestrekt zeegrasveld op het wad bij Hamburger Hallig aan de vastelandskust van Schleswig-Holstein (Noord-Duitsland). Dit veld is een stuk slikkiger dan het voormalige donorveld bij Sylt, waardoor het plukken soms een modderige bedoeling is. Klein zeegras bouwt in dit veld en afwisselend landschap van poeltjes en geultjes waar groot zeegras groeit. Groot zeegras laat zich hier dus makkelijk oogsten.

Groot zeegras groeit in een landschap van klein zeegras

Om volgend jaar bij Griend op grote schaal experimenten in te kunnen zetten hadden we de ambitie om 400 kg zaadhoudend zeegras te plukken. Dankzij de enorme inzet van het plukteam en het mooie weer, waardoor het getij lang op zich liet wachten, werd er binnen zes uur 408 kg geplukt. De zaden moeten nog geteld worden maar naar schatting zal dit een paar miljoen zeegraszaden opleveren. De komende weken zal het zaad in Groningse ‘bubbelbaden’ afrijpen. Daarna wordt het zaad uitgezeefd en bewaard totdat het uitgezaaid kan worden na het stormseizoen in maart.

Klein zeegras patch bij Griend opgegroeid uit zaad

Na de eerste ronde plukken hadden we nog een tweede doel: het verzamelen van klein zeegraszaad. In tegenstelling tot groot zeegras is klein zeegras een meerjarige plant. Dat betekent dat klein zeegras zich vooral klonaal (via wortelstokken) uitbreidt, en de winter ondergronds overleeft. Groot zeegras is daarentegen eenjarig op het droogvallende wad – deze plant komt elk jaar opnieuw op uit zaad. Dit betekent dus dat klein zeegras wat uit zaad opkomt op dezelfde plek blijft staan en in een paar jaar kan uitgroeien tot een grote ‘patch’. Vorig jaar hebben we voor het eerst klein zeegraszaad geplukt. Een half uur over het wad kruipen leverde een theelepel zaad op. Omdat het zich vooral klonaal verspreidt produceert één vierkante meter klein zeegras maar een paar zaadjes. in maart zaaiden we dit zaad bij Griend op dezelfde manier als het groot zeegraszaad: met kistpuiten injecteerden we de zaden met wadslib op 2 cm diepte in de bodem. Inmiddels is het zaad uitgegroeid tot ongeveer zes vierkante meter klein zeegras. De eerste poging om klein zeegras uit zaad op te laten groeien in het veld is dus gelukt.

Klein zeegras plukken op de knieën

Om volgend jaar op experimentele schaal klein zeegras te kunnen zaaien (in plaats van een ‘proof of principle experiment’) wilden we dit jaar dus meer zaad verzamelen. Dit betekende een heel tij op de knieën speuren naar de schaarse zaadstengels, te herkennen aan lichte, geelgroene verdikkingen aan de bladbasis. In plaats van met vuilniszakken, kroop iedereen met een handzaam zakje op handen en voeten door de modder. Het resultaat: 5 kg klein zeegras. Hopelijk levert dit een paar eetlepels zaad op voor volgend jaar. Al met al dus een geslaagde oogst van zowel groot als klein zeegraszaad dankzij de enthousiaste inzet van een gemêleerd plukteam met wel zes nationaliteiten. Dat is alvast een geslaagde start voor het groeiseizoen van volgend jaar.

Het zeegrasplukteam

Hoogtepunt voor zeegras Griend

Bijna een jaar na het verzamelen van groot zeegraszaad in Duitsland was het afgelopen week zover: het gezaaide zeegras bij Griend kon in vol ornaat worden bekeken. In maart waren de zaden gezaaid, in mei waren er veelbelovende hoeveelheden kiempjes waargenomen en in juli zouden de planten tot vol wasdom gekomen moeten zijn.

DSC_3776

Groot zeegras proefvlak bij Griend (juli 2019)

Gelukkig werd aan onze verwachtingen voldaan: een deel van onze proefvlakken bevatte wuivende zeegrasveldjes! Dichtheden tot lokaal bijna 100% bedekking waarbij de individuele planten bijna niet meer te tellen waren. Verrassend genoeg waren de controle-behandelingen (zonder nepzeegras) de meest succesvolle. Deze vlakken van 9 vierkante meter hadden gemiddeld tussen de 70-100% plantenbedekking. Dit staat gelijk aan ongeveer 50 planten per vierkante meter. Ter vergelijking: vorig jaar vonden we gemiddeld 10 planten per vierkante meter en in 2017 1 planten (en 0.01/m2 in 2015). Het lijkt er dus op dat we inmiddels de methode van zaaien (en het bewaren van zaden)  aardig onder de knie hebben.

2019-07-22 20.07.39

Zeegrastellingen in de nepzeegrasproefvlakken. Groot zeegrasplantjes zijn veel kleiner in deze ‘behandeling’

De resultaten van de nepzeegrasvlakken vielen helaas wel tegen. In mei en juni waren deze vlakken dik begroeid met een laag darmwier, waardoor er geen zeegras kiemplantjes zichtbaar waren. Inmiddels was het darmwier verdroogd en weggespoeld en blijkt er wel degelijk groot zeegras te zijn opgekomen. Wel in veel lagere dichtheden, en de waargenomen plantjes blijken stukken kleiner dan in de ‘controles’. Wellicht dat de droogte (ze staan niet in een laagje water maar er net boven) in deze vlakken hun ontwikkeling beperkt. We hebben allerlei metingen verricht om hier achter te komen en blijven de planten volgen tot eind augustus.

dsc_3781-e1564483076355.jpg

Groot zeegras in de ‘hoogteproef’ op Griend in vlakken van 7.5 x 7.5 meter

Daarnaast hebben we ook nog het tweede experiment op het wad bij Griend gemonitord. In dit experiment hadden we proefvlakken van ongeveer 50 vierkante meter ingezaaid met iets lagere zaaddichtheden (250 per vierkante meter) dan in de ‘nepzeegrasproef’. Ook hier namen we mooie plantendichtheden waar met een bedekking van 30-50% op de eerste hoogte (+30 cm NAP). Op de overige hoogtes (+10 cm NAP, -5 cm NAP en -30 cm NAP) hadden we ook veelbelovende resultaten verwacht, maar op een paar planten na in de +10 cm NAP proefvlakken, vonden we geen planten op de lagere hoogtes. Hoogtemetingen wezen uit dat het sediment op deze hoogtes waarschijnlijk te instabiel is geweest in de afgelopen periode, waardoor het zaad en de eerste kiemplantjes zijn weggespoeld of juist zijn begraven. Ook dit levert interessante resultaten op omdat we juist méér planten hadden verwacht op de lagere hoogtes: groot zeegras houdt namelijk niet van te lang droogvallen.

In augustus vindt het laatste en definitieve veldbezoek aan de zeegrasproeven bij Griend plaats waarbij ook zal worden gekeken naar de zaadproductie van de planten (en daarmee de kansen voor volgend jaar).

 

Kiempjes waargenomen

Deze week was het moment daar: een kleine twee maanden nadat de zeegraszaadjes in het wad zijn geïnjecteerd konden we gaan kijken wat onze inspanningen bij Griend hadden opgeleverd. Twee maanden lijkt kort, maar in deze tijd kan een zeegraszaadje kiemen en uitgroeien tot een kiemplantje van ongeveer 5 cm groot.

Groot zeegras kiempje

Spannend dus, maar gelukkig troffen we in onze proefvlakken talloze kiempjes aan, tot wel meer dan 50 per vierkante meter! Dat is meer dan twee keer zoveel als we vorige jaar in deze periode aantroffen in onze proefvlakken. Niet alle kiempjes zullen zich ontwikkelen tot volwassen planten, omdat ze bijvoorbeeld wegspoelen, of worden opgegeten. Toch zijn deze aantallen hoopvol, zeker als het de komende weken niet (te) hard gaat waaien. Daarom zullen we de ontwikkeling van de planten het hele voorjaar en in de zomer maandelijks blijven volgen.

Nepzeegras proefvlakken

In maart hebben we op het wad bij Griend ook proefvlakken met nepzeegras aangelegd. Deze vlakken bestaan uit raffia stroken die, dankzij te hulp van grote aantallen enthousiaste vrijwilligers, door biologisch afbreekbare structuren (BESE) zijn geweven. Al eerder bleek dat deze nepzeegrasveldjes hun werk goed deden: ze vingen zand in doordat ze lokaal de waterbeweging afremden. De nepzeegrasveldjes waren dus al vanaf een afstand te zien omdat ze als kleine bultjes uit het zeelandschap oprezen. Deze week bleek echter dat de raffia ook voor een ongewilde soort aantrekkelijk was: darmwier (een groen zeewier) bleek zich massaal op de raffia te hebben gevestigd. De proefvlakken waren dus mooi groen geworden, maar helaas dankzij overbegroeiing door algen in plaats van zeegrasgroen. De zeegraszaadjes die tussen de raffia gezaaid waren zijn waarschijnlijk verstikt door de algengroei, maar in onze raffia ‘donuts’ – de middengaten zonder raffia – groeiden gelukkig wel zeegraskiempjes. We zijn benieuwd hoe deze proefvlakken zich verder zullen ontwikkelen de komende tijd, en ook hoe dezelfde proefopstelling er op het Uithuizerwad bij staat. Daar zal de komende weken worden gemonitord.

Met algen begroeide nepzeegras proefvlakken bij Griend

Eerste namaakzeegras het veld in

Na weken van raffiavlechten is nu het moment aangebroken dat het gefabriceerde namaakzeegras (‘zeegrasmimics’) de elementen mag gaan trotseren. Inmiddels zijn de platen met raffiazeegras al in het veld geplaatst op Griend en op het Uithuizerwad, waar het al behoorlijk wat te verduren heeft gehad met het stormachtige weer van de afgelopen week. Uit een eerste inspectie blijkt gelukkig dat de namaakzeegras goed verankerd is en de stormen heeft doorstaan. Wil je weten waarom we namaakzeegras op het wad plaatsen? Lees dan hier de vorige blog.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Eerste inspectie van het ‘geplantte’ nepzeegras

Landschapsarchitectuur

Het namaakzeegras heeft heeft eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van zeegras: de bladeren staan rechtop bij hoogwater en liggen plat op het wad bij laagwater. Hiermee bootsen we de eigenschappen van klein zeegras na. De eerste testen laten zien dat ons namaakzeegras  effectief is in het remmen van stroming, waardoor het fijne slibdeeltjes uit het water invangt. Uiteindelijk vormen de platen nepzeegras zo hopelijk een afwisselend wadlandschap van bulten en poeltjes. Dit soort landschappen met meer structuur dan een kale wadplaat hebben we ook in Duitse zeegrasvelden waargenomen. Omdat de hoeveelheid ingevangen slib af zal hangen van wat er in het water aanwezig is, plaatsen we hetzelfde experiment op zowel een zandige (Griend) als slibrijke (Uithuizen) locatie. Het resulterende landschap volgen we op de voet.

Modderkruipen

Een slibrijke locatie als Uithuizen brengt ook grote uitdagingen met zich mee. Op elke locatie zijn 170 platen nepgras geplaatst die elk met 3 betonijzeren pinnen zijn vastgezet. Al deze materialen moeten over het wad naar de aanplantlocatie worden vervoerd. Dat betekent soms modderkruipen in regenachtige condities. Maar onze inspanningen werden vrij snel beloond; door het stormachtige weer zijn de eerste structuren al ingeslibd en omgevormd tot veelbelovende landschapsstructuren. We testen twee vormen: de ‘donut’ waarin we in het midden een poeltje hopen te creeëren en een tweede optie waarbij we een aaneengesloten nepzeegrasveldje maken. Deze opties zijn gebaseerd op twee mogelijke facilitatiemechanismen waarbij klein zeegras mogelijk de groei en productie van groot zeegras kan stimuleren. Vanaf volgende week worden de eerste nepzeegrasveldjes ingezaaid met groot zeegraszaad uit Duitsland.

20190306_154031

Natte en modderige omstandigheden op Uithuizen

 

Landschapsarchitectuur

Landschapsarchitectuur? ja u leest het goed, deze nieuwe ‘trend’ in zeegrasherstel trok afgelopen week tientallen vrijwilligers naar Groningen. In een verwarmde partytent werden heel wat uren raffia gekamd en matjes geknoopt met roadtrip seventies muziek op de achtergrond. Het resultaat? Al bijna 180 zeegrasmatjes, gemaakt van biologisch afbreekbaar plastic en palmbladvezels (raffia). Het uiteindelijke doel is de fabricatie van zo’n 340 milieuvriendelijke tapijtjes om klein zeegras na te bootsen.

Nieuwe inzichten

Dat klinkt nog niet als ‘echt’ zeegras en dat klopt ook. Over een paar weken gaan we weer groot zeegras uitzaaien, op experimentele wijze, waarbij we de laatste inzichten van vorig jaar meenemen in een nieuwe proefopzet. Vorig jaar bleek dat de door ons gedroomde plantdichtheid (meer dan 10 per vierkante meter) ecologisch gezien niet haalbaar bleek: door de warme zomer gingen juist de planten met de hoogste dichtheden het eerste dood. Tegelijkertijd keken we goed rond in de natuurlijke zeegrasvelden in Duitsland. Wat bleek? Groot zeegras lijkt op het droogvallende wad niet voor te komen in zulke hoge dichtheden als het ‘alleen’ groeit. Alleen betekent hier zonder nabijheid van klein zeegras, Zostera noltii. En op de plekken waar wél hoge dichtheden droogvallend groot zeegras voorkwamen groeiden juist hoge dichtheden klein zeegras.

Samenwerking

Groot en klein zeegras lijken op twee manieren samen voor te komen. Ze groeien of helemaal door elkaar heen, zoals bijvoorbeeld op Sylt, óf de twee soorten staan naast elkaar in plaats van door elkaar heen; klein zeegras op bulten en groot zeegras in de poeltjes daartussen. Het lijkt er dus op dat klein zeegras groot zeegras faciliteert. Willen we verkennen op welke manier herstel van hoge dichtheden groot zeegras mogelijk is, dan moeten we dus rekening houden met dit soort processen. Idealiter zouden we dus beide soorten tegelijkertijd aanplanten in zeegrasherstelexperimenten. Helaas is het nog niet gelukt om voldoende klein zeegraszaad te verzamelen (dat is héél klein), daarom maken we nu matten klein zeegras na.

Het bouwen van een landschap

Met de geknoopte matten hopen we een zogenaamd ‘facilitatielandschap’ na te bouwen waarbij we klein zeegras na bootsen en daartussen groot zeegraszaad planten. De matten zullen zand en slib invangen en als klein zeegrasbulten functioneren. In de gevormde poeltjes tussen de structuren gaat groot zeegras hopelijk succesvol groeien en bloeien. Over 3 weken vindt het zaaien plaats (op Griend en het Uithuizer wad) en zal een volgende update volgen.

We zoeken nog meer ‘matjesknopers’. Heeft u volgende week een dag of halve dag de tijd, neem dan contact op!

Nieuwsbrief nov. 2018

Er is weer een 8 pagina dikke nieuwsbrief beschikbaar!

In deze laatste nieuwsbrief (november 2018) kunt u de laatste nieuwsberichten lezen over de start van het nieuwe zeegrasproject ‘Sleutelen aan zeegrasherstel’. Dit project volgt het voorgaande op en en is een ‘schop in de grond’ project waarbij zeegrasherstel hand in hand gaat met onderzoek. Aan het einde van dit project (2021) willen we uitsluitsel kunnen geven over de ‘zin en onzin’ van grootschalig zeegrasherstel in de Nederlandse Waddenzee.

In deze nieuwsbrief kunt u het volgende lezen:

  • Inleiding tot het nieuwe project
  • Overzicht resultaten zeegrasproject 2014-2017
  • De effecten van de hete zomer op de zeegrasproef bij Griend
  • Nieuwe promovendus Max Gräfnings stelt zichzelf en zijn onderzoek voor
  • Nieuwe donorlocatie Hamburger Hallig
  • Wadexcursie zeegrasplukkers

Veel leesplezier! De nieuwsbrief kunt u hier vinden.

Screen Shot 2018-11-20 at 09.49.56

Herintroductie Zeegras wint ‘Gouden Modderkruiper’

Het project ‘Herintroductie Groot Zeegras in de Zuidwestelijke Delta’ heeft de Gouden Modderkruiper 2018 gewonnen. Deze Rijkswaterstaatprijs gaat naar een project dat zich op buitengewone wijze heeft ingezet voor de natuur. Doel van het project: ervoor zorgen dat de ecologische sleutelsoort groot zeegras weer terugkeert in Grevelingenmeer en Veerse Meer.

Om de risico’s te beheersen en kansen te grijpen is binnen dit project ingezet op 3 pijlers: Samenwerken, Kennis en Meekoppelkansen. Er wordt breed samengewerkt binnen het project met diverse kennis- en gebiedspartners. Afstemming met Waddengebied, waar ook zeegrasprojecten plaatsvinden, gebeurt binnen een landelijke “Community of practice”. De gezamenlijke kennis wordt gedeeld op een zeegraswiki (www.deltaexpertise.nl). Ook wordt gekeken naar meekoppelkansen.

Thijs met Gouden Modderkruiper

De trotse projectleider Thijs Poortvliet met zijn gouden modderkruiper

Zeegras kan bijvoorbeeld veel CO2 vastleggen en door golven te remmen is het ook voor waterveiligheid interessant. Na een goede pitch van de projectmanager Thijs Poortvliet is het zeegras-project de winnaar geworden van deze prijs! Een heel mooi resultaat voor RWS Zee en Delta en voor het landelijke Kader Richtlijn Water-team als bekroning op onze manier van werken.

 

Disclaimer: Deze tekst is een bewerkte tekst van Rijkswaterstaat

 

Nieuwe donorlocatie

De afgelopen jaren werd het zaadmateriaal voor de Nederlandse zeegrasherstelproeven verzameld op het Duitse Waddeneiland Sylt. Sylt heeft een aantal weelderige zeegrasvelden die bedekt zijn met klein en groot zeegras (Zostera noltii en Zostera marina). Zaadmateriaal werd geoogst in het veld bij Puan Klent, zo’n 50 hectare groot. Tot wel 400 kg zaaddragende scheuten haalden we daar vandaan. Dat klinkt indrukwekkend, maar dit is minder dan 0.5% van het totaal aantal groot zeegras planten in het veld en het effect van onze oogst op deze gezonde natuurlijke populatie is dan ook minimaal.

IMG_3579

Groot zeegras tussen klein zeegras op Sylt (2016)

Dit jaar kwamen we er achter, bij een bezoek aan Sylt in juni, dat de dichtheden groot zeegras op Sylt sterk achteruit waren gegaan. Niet alleen in ‘ons’ veld, maar ook in andere velden waar we nog nooit hebben geplukt (deze observatie heeft dus zeer waarschijnlijk niks met onze activiteiten te maken).  Helaas hebben we deze lage dichtheden nog niet kunnen verklaren. In samenwerking met partnerinstituut AWI op Sylt hebben we daarom besloten deze zomer níet op Sylt te plukken zodat het veld zich hopelijk kan herstellen.

Photo 18-08-2018, 15 02 43 (1)

Schakering van groot (vooraan) en klein (achteraan) zeegras

Omdat er volgend voorjaar toch herstelproeven in de Waddenzee en Grevelingen ingezet moeten worden, moesten we op zoek naar een nieuwe donorlocatie. Een tip van Duitse collega’s bracht ons naar Hamburger Hallig in de Noord-Friese Waddenzee. Dit Duitse kwelderschiereiland herbergt nog gezonde zeegrasvelden met voldoende groot zeegras. Anders dan op Sylt staat groot en klein zeegras niet door elkaar, maar netjes gescheiden. Klein zeegras op de verhoogde delen en groot zeegras in de poeltjes waar het minder last heeft van verdroging. Ook is deze locatie niet zandig, zoals op Sylt, maar slikkig, zodat je enkeldiep wegzakt in het wad.

De Duitse autoriteiten waren ons goed gezind en op de valreep hebben we een vergunning gekregen om dit jaar zeegras te mogen oogsten op deze alternatieve locatie. In alle vroegte vertrokken we afgelopen vrijdag (14 sept.) naar de Hamburger Hallig voor de zeegrasoogst met een enthousiast groepje vrijwilligers, onderzoekers en medewerkers van the Fieldwork Company. Onze hoop was om voldoende zaad aan te treffen om te kunnen oogsten. Dat was dit jaar spannend, omdat we in de hele Waddenzee hadden waargenomen dat de zaadproductie van groot zeegras dit jaar niet optimaal was. Mogelijk als gevolg van de hittegolf.

2018-09-14 11.58.46

Zeegrasoogst op de Hamburger Hallig

Gelukkig troffen we voldoende rijpe zaden aan voor de oogst. Het ‘grazen’ kon beginnen! Op vrijdag en zaterdag werd vervolgens enthousiast geplukt en in totaal hebben we een mooie hoeveelheid van 200 kg zaadstengels verzameld zonder zichtbaar blijvende sporen in het veld achter te laten. Nadat we door het snel opkomende water uit het veld waren verjaagd hebben we nog een poging gedaan tot plukken voor gevorderden: het verzamelen van klein zeegraszaad in een hoger gelegen kweldervak. Klein zeegraszaad is ongeveer 5-10 zo klein als groot zeegraszaad en dun bezaaid (soms maar enkele zaadstengels per vierkante meter). Dit betekende op de knieën door het zeegras kruipen op zoek naar zaad. Dit is nog in een experimenteel stadium, maar hopelijk kunnen we hiermee volgend jaar een aantal proeven inzetten met zowel groot als klein zeegras.

De komende weken wordt het verzamelde zeegras verwerkt in de loods van the Fieldwork Company in Groningen.

Photo 14-09-2018, 14 44 13

De zeegrasoogst (groot zeegras)

Photo 15-09-2018, 15 43 33.jpg

Op de knieën klein zeegras verzamelen terwijl het water opkomt

 

Zeegras Griend last van warme zomer

Hoewel het weer inmiddels is omgeslagen en er onstuimige buien over ons land trekken zijn de gevolgen van de warme zomer op het wad nog steeds zichtbaar. Zo heeft er niet alleen massale kokkelsterfte plaatsgevonden, maar ook het zeegras bij Griend heeft last gehad van de hitte en zonnestraling. Met blijvende gevolgen.

2018-08-20 11.56.06

Bijna-afgestorven groot zeegrasplanten bij Griend met vooral bruine bladeren.

Een maand geleden floreerde het in maart aangeplante groot zeegras nog. De planten groeide in sommige proefplots in hoge dichtheden en de eerste zaadproductie was al zichtbaar. Een maand later is het een compleet ander aangezicht. De frisgroene bladeren van met name de plots met hoge plantdichtheden zijn bruin geworden en staan op het punt van afsterven. Omdat droogvallend groot zeegras een éénjarige plant is kunnen de planten deze schade ook niet meer repareren: alle energie zou op dit moment moeten gaan naar de zaadproductie in plaats van naar de aanmaak van nieuw blad. De planten zijn dus langzaam aan het verpieteren. Dat doen droogvallende groot zeegrasplanten elk jaar, maar nu dus al een dikke maand eerder dan normaal. En dat heeft ook schadelijke gevolgen voor volgend jaar: de zaadstengels die nu vol zaad zouden moeten zitten zijn leeg. Zaadproductie is gestopt en de zaden dit al aan het rijpen waren zijn weggerot. Dat betekent geen zaden voor volgend jaar.

Omdat het hier gaat om kleinschalige proefplots zijn de gevolgen gelukkig te overzien omdat deze populatie waarschijnlijk toch te klein is om zichzelf in stand te houden. Maar  dat betekent waarschijnlijk wel dat er volgend jaar weer zaad geplant moet worden om het veld in stand te kunnen houden. Gelukkig lijken de losse planten buiten de proefvlakken minder last te hebben gehad van de warmte.

DSC_1942

Gezonde planten in juli: vooraan losse planten in het water, daarachter een ‘zeegrasbult’ die boven het water uitsteekt met een cluster van planten

Interessant genoeg zijn de effecten van de hittegolf júist te zien bij de planten die in clusters groeien, met meer dan 10 planten per vierkante meter. Dat zijn de doeldichtheden, die ook ecologisch gezien relevant zijn. Zeegrassen zijn biobouwers, en dat is juist in deze clusters te zien. Als de planten in hoge dichtheden staan remmen ze de stroming en kan fijn zand en slib uitzakken. Het gevolg? De plantenclusters hebben over de zomer heen flinke heuveltjes gevormd (>5 cm) waardoor ze elk tij ook echt droog kwamen te liggen. De losse planten daarentegen stonden permanent in een laagje water waardoor ze minder last hebben gekregen van uitdrogingsverschijnselen. Daarnaast vangen hoge plantdichtheden niet alleen fijn zand in, maar ook organische stofdeeltjes die in het water zweven. Door de warmte wordt de afbraak van organisch stof in het sediment verhoogd en wordt het zeegras  blootgesteld aan giftige afvalproducten zoals sulfide (rotte eierenlucht). In de ‘zeegrasbulten’ hebben we tot wel 9x zoveel sulfideproductie gemeten als ernaast. De hoge plantdichtheden hebben dus last gehad van dubbele stress: uitdroging en sulfide-blootstelling!

De biobouweffecten van zeegrassen pakken normaal positief uit en zorgen er zelfs voor dat ze kunnen groeien op locaties die normaal niet zo geschikt zijn. Opvallend genoeg pakken deze biobouweigenschappen onder deze extreme weersomstandigheden juist negatief uit. Voor de planten met slechte afloop, maar wetenschappelijk gezien wel erg interessant.