Zeegrasherstelproef Griend succesvol

Het uitgestrekte wad rondom het onbewoonde Waddeneilandje Griend is de afgelopen drie zomers een stukje groener geworden. Niet algen, maar zeldzame groot zeegras planten bedekken de verder kale wadplaat. In experimentele proefvlakken gezaaid in het kader van zeegrasherstel, maar inmiddels uitgewaaierd over bijna 170 hectare wad. Met meer dan 100.000 planten is dit inmiddels de grootste populatie groot zeegras (Zostera marina) van Nederland. En het veld blijft groeien. Tussen 2018 en 2020 bereidde het veld zich uit van 30 naar 170 hectare en verdubbelde de plantdichtheid van het veld. Verdere metingen moeten uitwijzen of het veld zichzelf inmiddels in stand kan houden.

Groot zeegras (Zostera marina) bij Griend dempt de stroming

Uitbereiding 

Sinds een aantal jaar zijn onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met the Fieldwork Company en onder leiding van Natuurmonumenten bezig met onderzoek naar de mogelijkheden voor zeegrasherstel in de Waddenzee. Na het overwinnen van vele uitdagingen – o.a. het wegspoelen van zaden en een nieuw ontdekte zeegrasziekte (nieuwe soort Phytophthora) – gloort er hoop. Op het wad bij Griend tekenen zich diepgroene proefvlakken af. Dichte zeegrasbladeren glinsteren onder een laagje water. Buiten deze gezaaide vlakken steken losse groot zeegrasplanten af tegen het kale wad. Daar waar vóór 2018 geen enkele groot zeegrasplant te bekennen was, strekken ze zich nu uit over bijna 170 hectare. Meer dan honderdduizend planten in totaal, de grootste groot zeegraspopulatie van Nederland. Deze waardevolle natuurbeschermingsdoelsoort lijkt zich hier inmiddels zelfstandig uit te bereiden. In 2018 stonden er meer dan 10.000 planten, In 2019 waren het er 30.000. Inmiddels staan er naar schatting 100.000 planten. En niet alleen het aantal planten neemt toe, maar ook de plantdichtheden en de oppervlakte van het veld. Dat is inmiddels bijna 170 hectare – het lijkt er dus voorzichtig op dat de populatie groeit. Niet alleen als gevolg van nieuwe zaaiproeven, maar ook omdat gevestigde planten zich voortplanten en lokaal nieuwe zaden produceren. Het onderzoek richt zich nu dan ook op deze ontwikkelingen. In 2021 kan zo hopelijk de vraag beantwoord worden of dit veld zichzelf, zonder nieuwe zaaipogingen, in stand zou kunnen houden.

Een proefvlak groot zeegras 20 x 20 m (the Fieldwork Company)

Methodologische ontwikkeling

Deze successen zijn het resultaat van een lange adem en het structureel verbeteren van uitzaaitechnieken. Door elk jaar te leren van de behaalde tegenvallers en successen is er in 2017 een werkende methode ontwikkeld; de ‘Kitspuitmethode’. Voor deze methode is inmiddels zelfs vanuit het buitenland interesse. Met kitspuiten worden hierbij zeegraszaadjes in het voorjaar in de bodem geïnjecteerd op de gewenste diepte, met spectaculaire resultaten als gevolg. Al in 2018 werd hiermee de doeldichtheid van 10 planten per vierkante meter bereikt. Inmiddels is de methode zo verbeterd dat de op voorhand gewenste plantdichtheid ingezaaid kan worden op een geschikte locatie. In 2019 waren dat zelfs 50 planten per vierkante meter. Het veld bij Griend stond centraal in deze ontwikkeling. De nieuwste uitzaaiproeven vormen nu extra dichte zeegraskernen om het veld verder te versterken. Een veelbelovende ontwikkeling voor de Waddenzee dus.

Zeegraszaadjes worden in de bodem geinjecteerd met de ‘kitspuitmethode’ (begin maart 2020)

Versterking biodiversiteit

Zeegras is een bijzondere plant. In tegenstelling tot algen wortelt het in de zeebodem en kan het dichte grasvelden vormen op het wad en onderwater. In deze dichtheden kan zeegras zelfs zijn omgeving beïnvloeden. Het dichte bladerdak remt golven en de compacte wortelmat houdt zand en modder vast. Zo helpt zeegras bijvoorbeeld (kust)erosie tegen te gaan. Door deze eigenschappen biedt zeegras, net als bossen op het land, een geschikt onderkomen voor vele soorten. Juist door het bieden van beschutting verhogen zeegrasvelden lokaal de biodiversiteit. Niet alleen voor permanente bewoners, maar ook door als kraamkamer te fungeren voor commercieel belangrijke vissoorten en schaaldieren. Niet voor niets wordt de uitbereiding van zeegras gezien als één van de manieren om de voedselketen van de Waddenzee robuuster te maken. Dit is een van de doelen die Natuurmonumenten, trekker van dit project, tracht te bereiken met het herstel van zeegras in de Nederlandse Waddenzee. 

Alikruiken grazen op de algen die op zeegrasbladeren groeien

Zeegras in de Waddenzee

In Nederland komen twee soorten zeegras voor: groot en klein zeegras (Zostera marina en Zostera noltii). Beiden soorten zijn inmiddels een zeldzame verschijning in de Nederlandse Waddenzee. Ondergedoken groot zeegras kwam vroeger in dichte velden voor in de Westelijke Waddenzee. Tot 1930 was er zelfs een belangrijke industrie –de ‘Wiervisserij’ – die zeegrasbladeren oogstte en verwerkte tot matrasvulling en isolatie van huizen en dijken (‘wierdijken’). In 1930 brak de wierziekte uit, tegelijkertijd met de bouw van de afsluitdijk, waardoor het zieke zeegras tijdelijk te weinig licht kreeg in het vertroebelde water. Het bijna 150 km2 ondergedoken groot zeegras stierf massaal af en de historische wiervisserij ging daarmee verloren. Het heeft zich daarna nooit meer hersteld. Op het droogvallende wad zijn nog wel wat kleine zeegrasveldjes te vinden, maar door de verslechtering van de waterkwaliteit eind vorige eeuw zijn ook die velden flink geslonken. Natuurlijk herstel van deze velden is moeilijk: er is weinig zeegras meer over. Vanuit het Duitse wad, waar nog wel grote droogvallende velden zijn, kan de Nederlandse Waddenzee moeilijk worden gekoloniseerd omdat de zeestroming van west naar oost loopt – de Duitse in plaats van de Nederlandse kant op. Daarom moet het herstel van zeegras in de Nederlandse Waddenzee een handje geholpen worden door mensen.

Het zeegrasherstelproject dat wordt geleid door Natuurmonumenten, in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en the Fieldwork Company. Het project wordt gefinancierd door het Waddenfonds, met bijdragen van de Waddenprovincies, Rijkswaterstaat en het EU H2020-project MERCES.

Meer lezen over dit project in de media?

Omrôp Fryslan

NOS

NU.nl

40.000 kiempjes bij Griend

Deze week was het dan zover: na 3 maanden wachten konden de groot zeegraskiempjes (Zostera marina) bij Griend worden geïnventariseerd. Nét voor de uitbraak van de Coronacrisis kon het zeegraszaad begin maart nog worden gezaaid. Een paar honderduizend zaadjes werden in de bodem geïnjecteerd en het was wachten op hoeveel zaden daadwerkelijk zouden uitgroeien tot kiemplantjes.

Groot zeegras kiemplantjes bij Griend (Juni 2020)

Tellingen toonden deze week aan dat er naar schatting 40.000 kiemplantjes zijn opgekomen in onze proefvlakken, verspreid over ongeveer een kwart hectare wadplaat. Dit betekent dat ongeveer één op zes zaden is uitgegroeid tot plantje. Dit is de eerste keer dat we de zeegraszaaimethode, die de afgelopen jaren succesvol werd verfijnd, op grotere schaal uitproberen.

Zeegraszaden werden in maart in proefvlakken van verschillende groottes en dichtheden uitgezaaid: vlakken van  0.4  – 4 – 40 – 400 m2 en in twee verschillende dichtheden. Het doel hiervan is om te bepalen wat het belang is van schaal en zaaddichtheid voor het succes van zeegrasherstelproeven. Met name een optimale plantdichtheid is van belang voor bloeiende planten zodat er voldoende bestuiving plaats kan vinden. Pollen van groot zeegrasplanten verplaatsen zich via het water, dus hoe meer planten zich in de buurt bevinden, hoe groter de kans dat de pollen bij een andere plant terechtkomen. De metingen die voor augustus gepland staan zullen verder uitsluitsel geven over deze optimale dichtheden.

Op de website van Omrop Fryslân kun je meer lezen over de zaaiactiviteiten van afgelopen maart.

Nieuwe nieuwsbrief

Vandaag is er weer een nieuwe nieuwsbrief uitgekomen. 8 Pagina’s vol zeegrasnieuws van het afgelopen jaar.

In deze nieuwsbrief:

  • Veelbelovende resultaten van de proeven van afgelopen voorjaar/zomer. Recordbrekende plantdichtheden die vervolgens zichzelf om zeep brachten door boven het water uit te groeien. We concluderen hieruit dat minder = meer in groot zeegrasherstel.
  • De zeegraszaadkwekerij is nu echt van start gegaan met de zoektocht naar het ideale substraat om groot zeegras op te groeien. Het is pionieren, maar de eerste 100 zaden van kweekplanten zijn een feit.
  • Klein zeegras kan groot zeegras helpen door een landschap te bouwen en daar water in vast te houden. Hierdoor kan groot zeegras beter droogtestress doorstaan. Dit geeft ons het idee om ons in de toekomst ook te richten op het samen herstellen van groot en klein zeegras, al is het verzamelen van kleinzeegraszaad een monnikenwerk.
  • Zeeduizendpoten belemmeren de vestiging van jonge groot zeegrasplanten. Ze blijken de net gekiemde groot zeegrasplanten erg lekker te vinden. Dat betekent dat we bij het selecteren van de juiste groeilocatie voortaan ook rekening moeten houden met de aanwezigheid van hoge dichtheden van deze wormensoort.
  • Samenwerking met andere zeegrasteams wordt steeds belangrijker. Door op wereldniveau kennis uit te wisselen hoeven we niet nog een keer hetzelfde wiel uit te vinden en kunnen andere projecten ook meeprofiteren van de door ons ontwikkelde methodes zoals de koperbehandeling en de kitspuitmethode.
  • In het Grevelingenmeer zijn afgelopen voorjaar 6000 Deense groot zeegraspanten neergezet waarbij is gekeken naar de effecten van krabben (die eten het zeegras op) en alikruiken (die houden het zeegras schoon).

Lees de details hier in de nieuwsbrief

Groot zeegras in Engeland (Isles of Scilly)

Zeegrasherstel Australië

De afgelopen weken waren we op bezoek bij Australische collega’s van Deakin University in Melbourne. Deze groep is een van de weinige groepen ter wereld die, naast onze eigen groep, aan droogvallend zeegrasherstel werkt. Door kennisuitwisseling hopen we beide initiatieven te ondersteunen en succesvoller te maken. Groepsleider Dr. Craig Sherman was afgelopen jaar al twee keer bij ons op bezoek, en zijn promovendus Yi Mei Tan hielp afgelopen maart zelfs de hele maand mee met het zaaien van groot zeegraszaad in de Waddenzee. En nu was het onze beurt om meer inzicht te krijgen in het werk van onze Australische collega’s.

 

Groot zeegras

Onze Nederlandse doelsoort is al jaren droogvallend groot zeegras (Zostera marina): vanwege de historische waarde én het gemak waarmee we zaden van deze soort kunnen verzamelen. Inmiddels hebben we ook een eerste succesvolle poging gedaan om meerjarig klein zeegras (Zostera noltii) te zaaien op het wad bij Griend. In Australië komen twee nauwverwante zeegrassoorten voor die geen Nederlandse namen hebben: Zostera muelleri en Zostera nigricaulis. Deze soorten behoren tot dezelfde familie als groot en klein zeegras. Zostera muelleri lijkt sterk op klein zeegras, maar dan met langere en bredere bladeren en robuustere wortelstokken. Deze soort groeit in Australië en Nieuw-Zeeland op droogvallende wadplaten, maar ook hoog in het sublitoraal op plekken waar het water helder genoeg is. Zostera nigricaulis heeft een vergelijkbare bloeiwijze als groot zeegras, maar kan naast zaden ook nieuwe wortelstokfragmenten produceren aan de bloeistengels. Nigricaulis komt alleen voor op plaatsen die permanent onder water staan. Beide soorten kunnen ook samen voorkomen.

 

Slibprobleem

De baai waar onze collega’s op focussen voor zeegrasherstel is Western Port Bay, een grote baai ten oosten van Melbourne. Tot in de jaren 1980 groeide hier bijna 250 km2 zeegras: zowel Zostera muelleri, Zostera nigricaulis als een derde soort met mooie ronde blaadjes – Halophila australis. Momenteel is hiervan bijna een derde verdwenen in de afgelopen 40 jaar. Voornamelijk als gevolg van ontbossing stroomopwaarts van de baai. Hierdoor nam de erosie toe en voerden riviertjes en beken veel geërodeerd sediment aan naar de baai. Dit fijne slib bedekte het zeegras en verslechterde het lichtklimaat voor ondergedoken zeegras. Inmiddels is deze erosie teruggedraaid en de sedimentcondities verbeterd – al kun je nog een dikke rode, ijzerrijke laag slib in de baai zien liggen. Omdat er echter zoveel zeegras is verdwenen heeft de lokale waterbeheerder Melbourne Waters om natuurlijk herstel (‘recovery’) van zeegras een handje te helpen met actief herstel (‘restoration’).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In Australië leven ook jonge roggen (Banjo rog) tussen het zeegras

Zaad of scheuten?

De droogvallende soort Zostera muelleri is de eerste soort waarvoor op dit moment de mogelijkheden voor herstel worden verkend. Eerste stappen hiervoor zijn het opstellen van een kansenkaart voor zeegrasherstel en het bepalen van geschikte methodes voor zeegrasherstel. Dit laatste hangt sterk af van de biologie van de doelsoort. Zaden hebben het voordeel dat ze zorgen voor voldoende genetische diversiteit in een te herstellen populatie, maar ook dat je zeegrasherstel potentieel kunt opschalen. Alternatief is het gebruik van scheuten van volwassen planten. Dit kan met sediment en al (zoden) of door het planten van uitgespoelde wortelstokken. Omdat droogvallend groot zeegras vooral in zaadproductie investeert en omdat het verplaatsen van volwassen planten een grote aanslag zou zijn op de donorpopulatie, kiezen wij voor zeegrasherstel met zaad. Voor klein zeegrasherstel zou zowel zaad als scheut-gebaseerd herstel kunnen werken. Onze Australische collega’s proberen momenteel ook beide methodes uit: Zostera muelleri produceert wel wat zaad, maar niet zoveel als groot zeegras en er groeit nog voldoende zeegras in de baai om als donormateriaal te gebruiken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zeegras planten op het Australische wad

 

Methodologische vergelijking

Al sinds 2014 zijn we bezig om een geschikte methode te vinden om groot zeegras uit te zaaien in de Nederlandse Waddenzee. Verschillende varianten van de ‘zaadstengelzakken’ (of BuDS – Buoy Deployed Seeding in het Engels) passeerden de revue. Sinds 2017 zijn we bezig om onze ‘kitspuitmethode’ te optimaliseren. Hiermee halen we inmiddels goede resultaten, maar het kost dus tijd om een geschikte methode te ontwikkelen. Ook andere zeegrasgroepen hebben niet stilgestaan en meerdere methodes zijn parallel aan elkaar ontwikkeld. Allemaal gericht op lokale condities en soorten. In Australië start het onderzoek naar mogelijkheden voor zeegrasherstel dan ook met een methodologische vergelijking. Vijf methodes worden op drie locaties uitgeprobeerd om een geschikte methode te vinden. Op al deze locaties staat momenteel nog natuurlijk zeegras, waaruit blijkt dat de locatie in ieder geval geschikt zijn voor zeegrasgroei.

 

Spijkers, jute en rekjes

De meeste zeegrasherstelprojecten zijn kind aan huis bij de bouwmarkt, zo ook in Australië. Waar wij vooral grootafnemer zijn van kitspuiten en toebehoren, wordt ‘Down Under’ gewerkt met spijkers, jute zakjes en rekjes. In totaal worden in Western Port Bay vijf methodes vergeleken. Vier daarvan zijn gebaseerd op scheuten. Één methode maakt gebruikt van zaden. Hierbij worden kleine jute zakjes gevuld met lokaal sediment en zaden, aan een touw geknoopt en begraven. Voor de scheuten wordt een deel schoongespoeld en uitgezocht en achtereenvolgens 1) aan spijkers (als anker) en 2) metalen rekjes geknoopt of 3) door jute schijven geweven. Al deze scheuten worden vervolgens geplant waarbij de verschillende verankeringstechnieken worden begraven. De laatste methode die uit de kast wordt getrokken is het steken van kleine kernen uit een nabije natuurlijke populatie, die vervolgens – met sediment en al – in een biologisch afbreekbare pot wordt geplant. Dit is overigens allemaal op experimentele schaal in proefvlakken van 3 x 3 m. Dit experiment is inmiddels op bijna alle proeflocaties geplant en nu is het afwachten hoe de planten en zaden zich de komende maanden, in de warme Australische zomer, gaan ontwikkelen. Hierbij zullen ook een aantal factoren, die ook in de Waddenzee sturend zijn, gevolgd worden: algengroei, sedimentdynamiek en bioturbatie. Zo kunnen we op hele verschillende locaties toch generieke bottlenecks voor droogvallend zeegrasherstel vergelijken en methodologisch van elkaar leren. Als de Australiërs deze zomer wel genoeg zeegraszaad kunnen verzamelen zullen ze volgend jaar ook de door ons ontwikkelde ‘kitspuitmethode’ uitproberen (dat gebeurt nu alleen nog maar op labschaal).

Ben je benieuwd hoe deze Australische proeven zich ontwikkelen? Volg onze collega’s op social media via @Zosteration op Facebook en Twitter 

Nieuwe lading zeegraszaad opgehaald

Dit zomerse weekend was het weer zover: een paar busjes met vrijwilligers, studenten en medewerkers van the Fieldwork Company en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) reisden af naar Duitsland om een nieuwe lading zeegraszaad op te halen.

De eerste lading groot zeegras is geplukt

Sinds vorig jaar bezoeken we hiervoor een uitgestrekt zeegrasveld op het wad bij Hamburger Hallig aan de vastelandskust van Schleswig-Holstein (Noord-Duitsland). Dit veld is een stuk slikkiger dan het voormalige donorveld bij Sylt, waardoor het plukken soms een modderige bedoeling is. Klein zeegras bouwt in dit veld en afwisselend landschap van poeltjes en geultjes waar groot zeegras groeit. Groot zeegras laat zich hier dus makkelijk oogsten.

Groot zeegras groeit in een landschap van klein zeegras

Om volgend jaar bij Griend op grote schaal experimenten in te kunnen zetten hadden we de ambitie om 400 kg zaadhoudend zeegras te plukken. Dankzij de enorme inzet van het plukteam en het mooie weer, waardoor het getij lang op zich liet wachten, werd er binnen zes uur 408 kg geplukt. De zaden moeten nog geteld worden maar naar schatting zal dit een paar miljoen zeegraszaden opleveren. De komende weken zal het zaad in Groningse ‘bubbelbaden’ afrijpen. Daarna wordt het zaad uitgezeefd en bewaard totdat het uitgezaaid kan worden na het stormseizoen in maart.

Klein zeegras patch bij Griend opgegroeid uit zaad

Na de eerste ronde plukken hadden we nog een tweede doel: het verzamelen van klein zeegraszaad. In tegenstelling tot groot zeegras is klein zeegras een meerjarige plant. Dat betekent dat klein zeegras zich vooral klonaal (via wortelstokken) uitbreidt, en de winter ondergronds overleeft. Groot zeegras is daarentegen eenjarig op het droogvallende wad – deze plant komt elk jaar opnieuw op uit zaad. Dit betekent dus dat klein zeegras wat uit zaad opkomt op dezelfde plek blijft staan en in een paar jaar kan uitgroeien tot een grote ‘patch’. Vorig jaar hebben we voor het eerst klein zeegraszaad geplukt. Een half uur over het wad kruipen leverde een theelepel zaad op. Omdat het zich vooral klonaal verspreidt produceert één vierkante meter klein zeegras maar een paar zaadjes. in maart zaaiden we dit zaad bij Griend op dezelfde manier als het groot zeegraszaad: met kistpuiten injecteerden we de zaden met wadslib op 2 cm diepte in de bodem. Inmiddels is het zaad uitgegroeid tot ongeveer zes vierkante meter klein zeegras. De eerste poging om klein zeegras uit zaad op te laten groeien in het veld is dus gelukt.

Klein zeegras plukken op de knieën

Om volgend jaar op experimentele schaal klein zeegras te kunnen zaaien (in plaats van een ‘proof of principle experiment’) wilden we dit jaar dus meer zaad verzamelen. Dit betekende een heel tij op de knieën speuren naar de schaarse zaadstengels, te herkennen aan lichte, geelgroene verdikkingen aan de bladbasis. In plaats van met vuilniszakken, kroop iedereen met een handzaam zakje op handen en voeten door de modder. Het resultaat: 5 kg klein zeegras. Hopelijk levert dit een paar eetlepels zaad op voor volgend jaar. Al met al dus een geslaagde oogst van zowel groot als klein zeegraszaad dankzij de enthousiaste inzet van een gemêleerd plukteam met wel zes nationaliteiten. Dat is alvast een geslaagde start voor het groeiseizoen van volgend jaar.

Het zeegrasplukteam

Hoogtepunt voor zeegras Griend

Bijna een jaar na het verzamelen van groot zeegraszaad in Duitsland was het afgelopen week zover: het gezaaide zeegras bij Griend kon in vol ornaat worden bekeken. In maart waren de zaden gezaaid, in mei waren er veelbelovende hoeveelheden kiempjes waargenomen en in juli zouden de planten tot vol wasdom gekomen moeten zijn.

DSC_3776

Groot zeegras proefvlak bij Griend (juli 2019)

Gelukkig werd aan onze verwachtingen voldaan: een deel van onze proefvlakken bevatte wuivende zeegrasveldjes! Dichtheden tot lokaal bijna 100% bedekking waarbij de individuele planten bijna niet meer te tellen waren. Verrassend genoeg waren de controle-behandelingen (zonder nepzeegras) de meest succesvolle. Deze vlakken van 9 vierkante meter hadden gemiddeld tussen de 70-100% plantenbedekking. Dit staat gelijk aan ongeveer 50 planten per vierkante meter. Ter vergelijking: vorig jaar vonden we gemiddeld 10 planten per vierkante meter en in 2017 1 planten (en 0.01/m2 in 2015). Het lijkt er dus op dat we inmiddels de methode van zaaien (en het bewaren van zaden)  aardig onder de knie hebben.

2019-07-22 20.07.39

Zeegrastellingen in de nepzeegrasproefvlakken. Groot zeegrasplantjes zijn veel kleiner in deze ‘behandeling’

De resultaten van de nepzeegrasvlakken vielen helaas wel tegen. In mei en juni waren deze vlakken dik begroeid met een laag darmwier, waardoor er geen zeegras kiemplantjes zichtbaar waren. Inmiddels was het darmwier verdroogd en weggespoeld en blijkt er wel degelijk groot zeegras te zijn opgekomen. Wel in veel lagere dichtheden, en de waargenomen plantjes blijken stukken kleiner dan in de ‘controles’. Wellicht dat de droogte (ze staan niet in een laagje water maar er net boven) in deze vlakken hun ontwikkeling beperkt. We hebben allerlei metingen verricht om hier achter te komen en blijven de planten volgen tot eind augustus.

dsc_3781-e1564483076355.jpg

Groot zeegras in de ‘hoogteproef’ op Griend in vlakken van 7.5 x 7.5 meter

Daarnaast hebben we ook nog het tweede experiment op het wad bij Griend gemonitord. In dit experiment hadden we proefvlakken van ongeveer 50 vierkante meter ingezaaid met iets lagere zaaddichtheden (250 per vierkante meter) dan in de ‘nepzeegrasproef’. Ook hier namen we mooie plantendichtheden waar met een bedekking van 30-50% op de eerste hoogte (+30 cm NAP). Op de overige hoogtes (+10 cm NAP, -5 cm NAP en -30 cm NAP) hadden we ook veelbelovende resultaten verwacht, maar op een paar planten na in de +10 cm NAP proefvlakken, vonden we geen planten op de lagere hoogtes. Hoogtemetingen wezen uit dat het sediment op deze hoogtes waarschijnlijk te instabiel is geweest in de afgelopen periode, waardoor het zaad en de eerste kiemplantjes zijn weggespoeld of juist zijn begraven. Ook dit levert interessante resultaten op omdat we juist méér planten hadden verwacht op de lagere hoogtes: groot zeegras houdt namelijk niet van te lang droogvallen.

In augustus vindt het laatste en definitieve veldbezoek aan de zeegrasproeven bij Griend plaats waarbij ook zal worden gekeken naar de zaadproductie van de planten (en daarmee de kansen voor volgend jaar).

 

Kiempjes waargenomen

Deze week was het moment daar: een kleine twee maanden nadat de zeegraszaadjes in het wad zijn geïnjecteerd konden we gaan kijken wat onze inspanningen bij Griend hadden opgeleverd. Twee maanden lijkt kort, maar in deze tijd kan een zeegraszaadje kiemen en uitgroeien tot een kiemplantje van ongeveer 5 cm groot.

Groot zeegras kiempje

Spannend dus, maar gelukkig troffen we in onze proefvlakken talloze kiempjes aan, tot wel meer dan 50 per vierkante meter! Dat is meer dan twee keer zoveel als we vorige jaar in deze periode aantroffen in onze proefvlakken. Niet alle kiempjes zullen zich ontwikkelen tot volwassen planten, omdat ze bijvoorbeeld wegspoelen, of worden opgegeten. Toch zijn deze aantallen hoopvol, zeker als het de komende weken niet (te) hard gaat waaien. Daarom zullen we de ontwikkeling van de planten het hele voorjaar en in de zomer maandelijks blijven volgen.

Nepzeegras proefvlakken

In maart hebben we op het wad bij Griend ook proefvlakken met nepzeegras aangelegd. Deze vlakken bestaan uit raffia stroken die, dankzij te hulp van grote aantallen enthousiaste vrijwilligers, door biologisch afbreekbare structuren (BESE) zijn geweven. Al eerder bleek dat deze nepzeegrasveldjes hun werk goed deden: ze vingen zand in doordat ze lokaal de waterbeweging afremden. De nepzeegrasveldjes waren dus al vanaf een afstand te zien omdat ze als kleine bultjes uit het zeelandschap oprezen. Deze week bleek echter dat de raffia ook voor een ongewilde soort aantrekkelijk was: darmwier (een groen zeewier) bleek zich massaal op de raffia te hebben gevestigd. De proefvlakken waren dus mooi groen geworden, maar helaas dankzij overbegroeiing door algen in plaats van zeegrasgroen. De zeegraszaadjes die tussen de raffia gezaaid waren zijn waarschijnlijk verstikt door de algengroei, maar in onze raffia ‘donuts’ – de middengaten zonder raffia – groeiden gelukkig wel zeegraskiempjes. We zijn benieuwd hoe deze proefvlakken zich verder zullen ontwikkelen de komende tijd, en ook hoe dezelfde proefopstelling er op het Uithuizerwad bij staat. Daar zal de komende weken worden gemonitord.

Met algen begroeide nepzeegras proefvlakken bij Griend

Eerste namaakzeegras het veld in

Na weken van raffiavlechten is nu het moment aangebroken dat het gefabriceerde namaakzeegras (‘zeegrasmimics’) de elementen mag gaan trotseren. Inmiddels zijn de platen met raffiazeegras al in het veld geplaatst op Griend en op het Uithuizerwad, waar het al behoorlijk wat te verduren heeft gehad met het stormachtige weer van de afgelopen week. Uit een eerste inspectie blijkt gelukkig dat de namaakzeegras goed verankerd is en de stormen heeft doorstaan. Wil je weten waarom we namaakzeegras op het wad plaatsen? Lees dan hier de vorige blog.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Eerste inspectie van het ‘geplantte’ nepzeegras

Landschapsarchitectuur

Het namaakzeegras heeft heeft eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van zeegras: de bladeren staan rechtop bij hoogwater en liggen plat op het wad bij laagwater. Hiermee bootsen we de eigenschappen van klein zeegras na. De eerste testen laten zien dat ons namaakzeegras  effectief is in het remmen van stroming, waardoor het fijne slibdeeltjes uit het water invangt. Uiteindelijk vormen de platen nepzeegras zo hopelijk een afwisselend wadlandschap van bulten en poeltjes. Dit soort landschappen met meer structuur dan een kale wadplaat hebben we ook in Duitse zeegrasvelden waargenomen. Omdat de hoeveelheid ingevangen slib af zal hangen van wat er in het water aanwezig is, plaatsen we hetzelfde experiment op zowel een zandige (Griend) als slibrijke (Uithuizen) locatie. Het resulterende landschap volgen we op de voet.

Modderkruipen

Een slibrijke locatie als Uithuizen brengt ook grote uitdagingen met zich mee. Op elke locatie zijn 170 platen nepgras geplaatst die elk met 3 betonijzeren pinnen zijn vastgezet. Al deze materialen moeten over het wad naar de aanplantlocatie worden vervoerd. Dat betekent soms modderkruipen in regenachtige condities. Maar onze inspanningen werden vrij snel beloond; door het stormachtige weer zijn de eerste structuren al ingeslibd en omgevormd tot veelbelovende landschapsstructuren. We testen twee vormen: de ‘donut’ waarin we in het midden een poeltje hopen te creeëren en een tweede optie waarbij we een aaneengesloten nepzeegrasveldje maken. Deze opties zijn gebaseerd op twee mogelijke facilitatiemechanismen waarbij klein zeegras mogelijk de groei en productie van groot zeegras kan stimuleren. Vanaf volgende week worden de eerste nepzeegrasveldjes ingezaaid met groot zeegraszaad uit Duitsland.

20190306_154031

Natte en modderige omstandigheden op Uithuizen

 

Landschapsarchitectuur

Landschapsarchitectuur? ja u leest het goed, deze nieuwe ‘trend’ in zeegrasherstel trok afgelopen week tientallen vrijwilligers naar Groningen. In een verwarmde partytent werden heel wat uren raffia gekamd en matjes geknoopt met roadtrip seventies muziek op de achtergrond. Het resultaat? Al bijna 180 zeegrasmatjes, gemaakt van biologisch afbreekbaar plastic en palmbladvezels (raffia). Het uiteindelijke doel is de fabricatie van zo’n 340 milieuvriendelijke tapijtjes om klein zeegras na te bootsen.

Nieuwe inzichten

Dat klinkt nog niet als ‘echt’ zeegras en dat klopt ook. Over een paar weken gaan we weer groot zeegras uitzaaien, op experimentele wijze, waarbij we de laatste inzichten van vorig jaar meenemen in een nieuwe proefopzet. Vorig jaar bleek dat de door ons gedroomde plantdichtheid (meer dan 10 per vierkante meter) ecologisch gezien niet haalbaar bleek: door de warme zomer gingen juist de planten met de hoogste dichtheden het eerste dood. Tegelijkertijd keken we goed rond in de natuurlijke zeegrasvelden in Duitsland. Wat bleek? Groot zeegras lijkt op het droogvallende wad niet voor te komen in zulke hoge dichtheden als het ‘alleen’ groeit. Alleen betekent hier zonder nabijheid van klein zeegras, Zostera noltii. En op de plekken waar wél hoge dichtheden droogvallend groot zeegras voorkwamen groeiden juist hoge dichtheden klein zeegras.

Samenwerking

Groot en klein zeegras lijken op twee manieren samen voor te komen. Ze groeien of helemaal door elkaar heen, zoals bijvoorbeeld op Sylt, óf de twee soorten staan naast elkaar in plaats van door elkaar heen; klein zeegras op bulten en groot zeegras in de poeltjes daartussen. Het lijkt er dus op dat klein zeegras groot zeegras faciliteert. Willen we verkennen op welke manier herstel van hoge dichtheden groot zeegras mogelijk is, dan moeten we dus rekening houden met dit soort processen. Idealiter zouden we dus beide soorten tegelijkertijd aanplanten in zeegrasherstelexperimenten. Helaas is het nog niet gelukt om voldoende klein zeegraszaad te verzamelen (dat is héél klein), daarom maken we nu matten klein zeegras na.

Het bouwen van een landschap

Met de geknoopte matten hopen we een zogenaamd ‘facilitatielandschap’ na te bouwen waarbij we klein zeegras na bootsen en daartussen groot zeegraszaad planten. De matten zullen zand en slib invangen en als klein zeegrasbulten functioneren. In de gevormde poeltjes tussen de structuren gaat groot zeegras hopelijk succesvol groeien en bloeien. Over 3 weken vindt het zaaien plaats (op Griend en het Uithuizer wad) en zal een volgende update volgen.

We zoeken nog meer ‘matjesknopers’. Heeft u volgende week een dag of halve dag de tijd, neem dan contact op!

Nieuwsbrief nov. 2018

Er is weer een 8 pagina dikke nieuwsbrief beschikbaar!

In deze laatste nieuwsbrief (november 2018) kunt u de laatste nieuwsberichten lezen over de start van het nieuwe zeegrasproject ‘Sleutelen aan zeegrasherstel’. Dit project volgt het voorgaande op en en is een ‘schop in de grond’ project waarbij zeegrasherstel hand in hand gaat met onderzoek. Aan het einde van dit project (2021) willen we uitsluitsel kunnen geven over de ‘zin en onzin’ van grootschalig zeegrasherstel in de Nederlandse Waddenzee.

In deze nieuwsbrief kunt u het volgende lezen:

  • Inleiding tot het nieuwe project
  • Overzicht resultaten zeegrasproject 2014-2017
  • De effecten van de hete zomer op de zeegrasproef bij Griend
  • Nieuwe promovendus Max Gräfnings stelt zichzelf en zijn onderzoek voor
  • Nieuwe donorlocatie Hamburger Hallig
  • Wadexcursie zeegrasplukkers

Veel leesplezier! De nieuwsbrief kunt u hier vinden.

Screen Shot 2018-11-20 at 09.49.56